Meer dan 150 finance- en duurzaamheidsprofessionals kwamen samen rond één vraag: hoe wordt corporate reporting een sturingsinstrument?
Op 24 maart 2026 vond de 13e editie van The Future of Corporate Reporting plaats. Gastheren Jeroen Beentjes (Finext) en Wesley Schulte (Intire) heetten het publiek welkom voor een middag vol keynotes, breakoutsessies en gesprekken tussen finance- en duurzaamheidsprofessionals. Die mix is geen toeval: beide groepen hebben elkaar nodig, en dat wordt pas zichtbaar als ze met elkaar in gesprek zijn.
Eén rode draad liep door alle sessies: compliance is geen strategie. De organisaties die opvielen, gebruiken data om te sturen. Intern, bewust en vanuit een heldere overtuiging.
Keynote Willem Schramade: waardecreatie over drie dimensies
Professor Willem Schramade (Nyenrode Business University) opende scherp. De meeste jaarverslagen missen een helder beeld van waardecreatie over drie dimensies: financieel, sociaal en ecologisch. Als belegger wil je precies dat zien. Zijn verklaring daarvoor was direct:
"Als je geen zinvolle externe informatie kunt leveren, is je interne informatie waarschijnlijk ook niet op orde."
Zijn punt: breng het waardeprofiel van je organisatie in kaart en laat het transitiepad zien. Om te laten zien wat dat oplevert, paste hij het raamwerk toe op de volledige AEX. De uitkomst was helder: 30% van de financiële waarde in de index wordt gecreëerd ten koste van natuur en samenleving. De data om dat beeld te maken bestaat al, maar bedrijven pakken die niet op. Vanuit de zaal klonk de bekende zorg: zijn schattingen niet te onbetrouwbaar om op te sturen? Schramade was daar kort over.
"Perfection is the enemy of the good. Richt je op de hoofdzaken, maak een serieuze schatting en onderbouw die goed. Dan kom je echt een eind."
Van nul naar ingediende SBTi-doelen in zes maanden bij Heuschen & Schrouff
In de eerste breakoutsessie namen Kim Schoppink (SBTi), Romano Frau (Heuschen & Schrouff) en Nathalie de Vries (Intire) deelnemers mee in een concrete case. Heuschen & Schrouff ging van geen CO₂-rapportage naar gevalideerde Science Based Targets in zes maanden. Het antwoord zat in prioriteren: begin bij de grootste Scope 3-categorie, werk productgericht, en bouw van daaruit verder.
Romano Frau: "We kregen te horen van onze retail partners: doe je het niet, dan is per 31 december de deur dicht." De druk vanuit Retail werkte als startmotor. Kim Schoppink: "Als je een gevalideerd SBTi-doel hebt, weet je dat het in lijn is met wat de wetenschap zegt. Hoe je het haalt, dat moet het bedrijf daarna zelf doen."
IFRS 18 en het ontwerp van je EPM-omgeving
In de tweede breakoutsessie namen Michiel Hilberts en Jeroen Beentjes (Finext) de zaal mee in wat IFRS 18 concreet betekent voor de inrichting van een EPM-omgeving.
IFRS 18 vervangt IAS 1 en introduceert vijf verplichte categorieën in de resultatenrekening: operating, investing, financing, income tax en discontinued operations. Deze nieuwe standaard raakt je rekeningschema, je datadimensies, je consolidatiestructuur en de manier waarop management over resultaten praat.
Beginnen bij de lay-out van de nieuwe P&L en de rest er later omheen bouwen werkt niet. Dat leidt tot handmatige correcties, workarounds en late discussies met de accountant. IFRS 18 vraagt om een samenhangende aanpak: presentatiekeuzes, rekeningstructuur en rapportagesystemen moeten op elkaar aansluiten, en in die volgorde.
Veel organisaties gebruiken aangepaste kengetallen, zoals de aangepaste EBITDA, om performance toe te lichten. Volgens IFRS 18 moeten deze extern gepubliceerde kengetallen volledig worden afgestemd op de IFRS-cijfers, met een vaste definitie en een duidelijke verantwoordelijkheid. Organisaties die dit nog steeds in spreadsheets afhandelen, vragen om problemen.
Jeroen en Michiel waren duidelijk: begin nu. De verplichte ingangsdatum is 1 januari 2027, maar de vergelijkende cijfers voor 2026 moeten al volgens de nieuwe structuur worden opgesteld. Dat betekent dat de classificatielogica, de rekeningstructuur en de EPM-configuratie dit jaar al gereed moeten zijn. Organisaties die eind 2026 nog niet zijn begonnen, zullen in 2027 een inhaalslag moeten maken.
Keynote Jasper de Wit (Haskoning): Doelstellingen vertalen naar stuurinformatie
Jasper de Wit, CFO en Chief Value Officer van het jaar 2025, legde uit hoe Haskoning een eigen meetkader voor het creëren van maatschappelijke waarde heeft ontwikkeld, vanuit de overtuiging dat dit simpelweg de juiste manier is om een bedrijf te leiden.
Het doel van de organisatie, ‘Samen bouwen aan een betere samenleving’, vormt de basis voor elke beslissing. Zes jaar geleden heeft Haskoning dat doel vertaald naar vijf thema’s: klimaatverandering, biodiversiteit en natuurlijke systemen, circulariteit, maatschappelijke waarde, en veiligheid en welzijn. Elk project wordt op deze thema’s beoordeeld op een schaal van -1 tot +2. Vorig jaar heeft Haskoning bijna 80% van zijn omzet aan de hand van die matrix gemeten.
De Wit was openhartig over wat niet werkte. Organisatiedoelstellingen vertalen naar individuele doelstellingen binnen een bedrijf met 7.000 medewerkers? Ze hebben het vier of vijf keer geprobeerd. Het mislukte elke keer.
"De kracht van dit bedrijf zit in kennis, innovatie, samenwerking en de intrinsieke motivatie om impact te maken. Ik moet niet proberen dat in een cascademodel te dwingen."
De oplossing: een bedrijfsbrede winstdeling, gecombineerd met purposedoelen op bestuursniveau en een echte dialoog met alle teams. Dat leverde meer op dan elke KPI-cascade ooit deed. De score zelf is niet het doel. Het gesprek dat het afdwingt wel: teams die bespreken of ze een project willen doen, of met klanten de dialoog aangaan over mogelijkheden om meer impact te maken.
"Wat je meet, kan je bespreken. En wat je bespreekt, kan je gebruiken om gedrag te sturen."
Paneldiscussie: CFO, professor en duurzaamheidsdirecteur over sturing voorbij financiële waarde
Het afsluitende panel bracht De Wit, Schramade en Sascha Goddeke-Mulder (directeur Duurzaam Ondernemen bij NS) samen. Schramade legde de vinger op de zere plek: het grootste obstakel bij het verbinden van financiële en niet-financiële data is zelden de methodiek. Het zijn de silo's. Finance en duurzaamheid die apart opereren, met eigen systemen en eigen definities.
Een financial die dat doorbreekt en duurzaamheidsdata naar dezelfde standaard tilt als financiële data, voegt direct waarde toe aan het bestuursgesprek. Göddeke-Mulder: "We willen zien wat eronder zit en welke drivers we kunnen meenemen in ons ESG-verhaal." Dat is precies de vraag waar finance het verschil maakt: niet de ratio publiceren, maar de data eronder op orde brengen.
Drie sessies, één les: begin met wat je hebt
CFO's spraken met duurzaamheidsmanagers, financieel controllers met ESG-reportingprofessionals. Dat zie je niet op elk event.
Kijk je terug op de middag, dan vertellen de sessies samen één verhaal. Schramade liet zien dat de data om waardecreatie over drie dimensies te meten er al is. Bedrijven pakken die alleen niet op. Heuschen & Schrouff bewees dat je van nul CO₂-data naar een gevalideerd SBTi-doel kunt komen in zes maanden, als je prioriteert en intern iedereen meekrijgt. Haskoning bouwde een compleet sturingssysteem op basis van purpose, zonder dat regelgeving dat vereiste. Bijna 80% van hun omzet loopt inmiddels door die matrix.
Geen van deze organisaties wachtte op perfecte data of verplichte standaarden. Ze begonnen. Dat is het verschil tussen rapporteren omdat het moet en sturen omdat je impact wilt maken.
.webp)